Reglement Flyball

De banen en de materialen

De Flyballbaan

Een flyballbaan bestaat uit een start/finishlijn, vier hindernissen die in een rechte lijn staan opgesteld en een flyballapparaat.
De afstand van de start/finishlijn tot aan de eerste hindernis is 1,80 meter. De afstand tussen de hindernissen (gemeten hart-op-hart van de tussenschotten) is 3,00 meter.
De afstand van de laatste hindernis (de vierde) tot aan de voorzijde van het flyballapparaat is 4,55 meter.

Vóór de start/finishlijn is minimaal 12 meter ruimte zodat inkomende honden voldoende gelegenheid hebben om uit te rennen. Vóór deze uitloopruimte dient nog een wachtkamer te zijn, waar de begeleiders die niet meedoen aan een race met hun hond kunnen wachten zonder de inkomende honden te hinderen.

De hindernissen

De hindernissen bestaan uit 2 staanders met daartussen een (eventueel uitneembaar) schot. De staanders zijn maximaal 90 cm hoog en aan de voet maximaal 40 cm breed. De afstand tussen de staanders moet 60 cm zijn. De bovenkant van het tussenschot dient 20,0 cm boven het grondoppervlak te zijn.

De hoogte van de hindernissen moet 10 cm lager zijn dan de schofthoogte van de kleinste van vier honden van een team voor die race, naar beneden afgerond op een veelvoud van 5 cm. De minimum hindernishoogte is 20 cm en de maximumhoogte is 40 cm. Vóór elke race wordt de hindernishoogte (zonodig) aangepast. De instructeur is verantwoordelijk voor de juiste hindernishoogte.

De hindernishoogte kan worden aangepast door 1 of meer hoogtelatten (van 5 of 10 cm hoogte) op het schot te plaatsen of te verwijderen. Hiervoor kunnen latjes aan de binnenzijde van de staanders of sleuven in de zijkant van de staanders worden gebruikt. Om alle reglementaire hoogtes te kunnen instellen zijn naast het tussenschot van 20 cm één hoogtelat van 10 cm en twee hoogtelatten van 5 cm nodig

De schotten en de binnenzijde van de staanders dienen wit te zijn. De kleur van de staanders is vrij.